Sander's reisje naar Engelstalig Kameroen
Woensdag 20 mei is Sander met de families Impens en Goral mee op reis gegaan naar Bafoussam en Bamenda. Op de blog van Machteld staat een reisverslag waaruit ik creatief de volgende tekst en foto’s heb gestolen… We vertrokken richting Bafoussam en dan – afhankelijk van de regen – eventueel Bamenda - Ndop - Kumbo - Mont Oku óf Bamenda - Bafut - Dschang.
Tegen de middag waren we al in in Bafoussam aangekomen bij de familie Buytaert die niet enkel een mooi huis hebben maar ook een uitgestrekte tuin met een grote paillotte in het midden. We leerden er ook Pablo kennen, een Spanjaard die er werkt voor een fabriek die in Kameroen voor Bonduelle prinsessenboontjes in blik steekt en Victor, een Nederlander die als consultant werkt op de kippenfarm. Na een bezoekje aan een gigantische legboerderij met tienduizenden kippen maakten we nog een wandeling in de omgeving. De binnenstad van Bafoussam is weliswaar vuil en lelijk, de omgeving is een rustig groen glooiend akkerland.
’s Avonds speelden we nog een spelletje ‘Jungle Speed’.
Vervolgens ‘en route’ richting Bamenda, eerst dwars door het gatenwegdek van Bafoussam.
Onderweg veel mooie uitzichten op het heuvellandschap en dan opeens ligt Bamenda in de diepte. Daar sliepen we bij de Mission Baptistes.
Ons voornemen om linksom een deel van de beroemde (maar uitdagende) ‘Ring Road’ te doen werd brutaal gedwarsboomd door een kapotte brug. Een andere 4x4 zakte bijna door de noodbrug. De locals waren duidelijk verantwoordelijk voor de sabotage zodat ze je er daarna uit konden helpen! Je moet ergens aan bijverdienen niet?
Dan maar terug, picknicken aan het water en een ‘chefferie’(paleis van de locale chef) bezocht. Een van de 36 vrouwen van de huidige Fon van Bafut heeft ons een rondleiding gegeven van het paleis, het dorp en het door de Duitsers gebouwde museum.
De volgende dag bezochten we de (landbouw-)universiteitsstad Dschang. Boven de stad ligt een zwaar verwaarloosd hotel, restaurant, zwembad en parkcomplex. Het werd ooit gebouwd in 1942 met de bedoeling een vakantieoord te zijn voor de Franse officiers in Afrika die nodig op verlof moesten maar niet naar Europa konden wegens de oorlog. Het valt nu onder de regering en dat is duidelijk niet echt positief.
Dan op weg naar de watervallen van ‘Mami Wata’, op zo'n 20 km, wel zo'n 1u30 min piste, van Dschang. Deze watervallen komen van 80 m hoogte naar beneden. Om er te raken moet je eerst door een 'heilig bos' waar verschillende soorten apen en zelfs panters zouden zitten volgens de reisgids, wij zagen uiteraard niets. De legende vertelt er een genie (geest/fee) zou wonen onder de waterval. Dagelijks wordt er nog aan geofferd.
In Bafoussam sliepen we nog een nacht, maar niet voordat we van de brede selectie zelfgemaakte rum van Bart hebben geproefd.
In de ochtend, voor de terugreis naar Yaoundé, bezochten we eerst de boontjesfabriek. Ze werken met lokale boeren en werkkrachten en Europese standaarden, een hele uitdaging maar een mooi voorbeeld van dat ook de productie van kleine Afrikaanse boeren op ons bord terecht kan komen.
Heel indrukwekkend om zo’n fabriek te zien. Dit is direct ook één van de dingen die we enorm waarderen aan leven als ‘expat’. Iedereen nodigt iedereen uit om op het werk te komen kijken waardoor je op de bijzonderste plaatsen komt.